Van de Voorzitter

Een min of meer stichtelijk woord vooraf
“Waar liefde woont….” (ps. 133)
Wonen is voor de gemiddelde vrachtwagenchauffeur een apart begrip. Waar woon je? Natuurlijk: je woont thuis. Maar evenzogoed woon je heel vaak in je cabine. Toch, ook al ben je nog zo ver en zo lang weggeweest in je vertrouwde vrachtwagen: als je thuis komt is het toch anders. Je bent overal een min of meer bekende vreemdeling, maar thuis is waar je echt hoort. Zo is het de vraag: hoort de liefde thuis bij jou?
Liefde is een bekend en geliefd begrip. Het hele leven voor Gods aangezicht is samen te vatten in dat ene woord: liefde. Psalm 133 gaat in op de liefde. Wij zingen het vaak en graag: “Waar liefde woont…”
Wonen Het gaat om dat wonen. Dat staat in de berijming. Niet in de onberijmde tekst. Wonen komt wel voor in de tekst, maar dan in vers 1 als het gaat om de liefdevolle manier waarin broeders van hetzelfde huis samenwonen. Waar mensen op die manier met elkaar omgaan, daar woont ook de liefde. Wonen geeft aan, dat het om een bestendige relatie gaat. Als je dus zingt en belijdt, dat de liefde ergens woont, dan zeg je daarmee, dat de liefde er ook vanzelfsprekend thuis hoort. Ergens wonen is echter niet vanzelfsprekend. Velen op de aarde zwerven rond. Hebben geen huis of vaste verblijfplaats. Er zijn chauffeurs, die echt geen thuis (meer) hebben. Tijdenlang heeft bij ons vlakbij in Vriezenveen elk weekend een chauffeur met zijn wagen gestaan. Zijn vrouw woonde maar op een kwartiertje afstand, maar hij bleef elke nacht in zijn cabine… Velen zijn opgejaagd en op zoek naar een veilige plaats. Wonen houdt in, dat er vastheid is. Als je met vakantie gaat of als je een mooie rit hebt, dan geniet je van een vreemde omgeving. Dan zie je daar alles van de mooie kant. Maar daar woon je niet. Zo is het vaak ook als je ergens op visite bent: je ziet alleen de mooie dingen van dat huis. De vuile was hangt men liever niet daar waar de gasten het kunnen zien. Als we zingen, dat de liefde woont, dan weten we: de liefde hoort er helemaal bij. Liefde is niet alleen voor het plezier of voor de aardigheid. Nee de liefde heeft te maken heel ons leven.
Liefde De vraag, die we ons best wel eens stellen mogen is: Woont de liefde ook daadwerkelijk bij ons? En in ons? Niet tijdelijk, niet als asielzoeker of als iemand die een vracht af komt leveren, maar als vaste bewoner van ons levenshuis. Dan komt natuurlijk de vraag: maar wat is die liefde dan wel? Het woord liefde komt echter in de psalmtekst ook niet voor. Wel het woord ‘liefelijk’ en ook in vers 1. Wanneer is het liefelijk? Als zonen van hetzelfde huis als broeders samenwonen. Zoon zijn van hetzelfde huis betekende nog geheel niet, dat men ook broeders was. Gezinssamenstellingen waren vaak verwarrend, denk maar aan de vrouwen van Jacob met hun slavinnen, die allen kinderen van Jacob hadden. Het gaat ook hier om het gezamenlijk wonen. Dat wil zeggen: bij elkaar thuis zijn. Niet alleen bij de oppervlakkige aardige momenten, maar door alles heen. Werkelijk als broeders samenwonen, hangt samen met je band met de vader. De band met de vader geeft vertrouwdheid bij de broeders en natuurlijk ook bij de zusters. De vraag, die wij ons stellen bij het samenleven als gemeente van de Here (en dat gaat dwars door alle kerkgenootschappen heen) is: wat is de band met de Vader? Welnu: die band is door ons gruwelijk verbroken en wij verbreken hem nog alle dagen.
Liefde van de oudste Broeder Maar juist de oudste Broeder, Jezus Christus is gekomen om die band weer te herstellen. Hoe liefelijk is het, als Hij bij ons woont. Je zou kunnen zeggen; bij ons thuis is. Niet alleen voor de officiële geloofsmomenten, maar altijd. Dat Hij ons kent, ook in onze slechte dagen en momenten. Hij rijdt mee op je truck. Als je je goede momenten hebt, ook als je ergens eindeloos moet wachten of als ze de poort net voor je neus dichtdoen of als je planner weer eens een ‘leuke’ klus bedacht heeft.. Maar ook als je je zorgen maakt om het thuisfront. Noem maar op. Dan gebiedt de HERE de zegen. Om vanuit Zijn liefde tot een zegen te zijn voor elkaar. Of, anders gezegd: Zijn liefde te delen met anderen. Opdat de wereld zal zeggen “Ziet hoe lief zij elkander hebben.” Want van die liefde zal - meer dan al onze grote opvattingen en indrukwekkende woorden -een getuigenis uitgaan in de wereld. Opdat Zijn liefdevolle Naam geprezen zal worden.
Frans Borsje
Vragen en of opmerkingen? Ik ben door middel van e-mail bereikbaar. Klik maar op mijn naam. Dan verschijnt er een nieuw scherm.
|